Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Verkeer en Waterstaat

 
Klimaatverandering
De feiten op een rij
Is de waargenomen opwarming toe te schrijven aan menselijke invloed?

Het klimaat verandert van nature, maar ook de mens heeft er invloed op. Uit de metingen blijkt dat de wereldgemiddelde temperatuur flink fluctueert, maar daarnaast is er sprake van een stijging. Onderzoekers hebben geprobeerd het opgetreden verloop te verklaren. Hun studies verschillen nogal in de details, maar ze hebben gemeen dat ze proberen om een of meerdere factoren van klimaatverandering in rekening te brengen. In een studie van het KNMI is gekeken naar het effect van variaties van de zonnestraling, van vulkaanuitbarstingen en van El Niņo. Daaruit blijkt dat de waargenomen temperatuurtoename in de eerste helft van de 20e eeuw aan natuurlijke oorzaken kan worden toegeschreven: een afname van vulkaanactiviteit, nadat die aanvankelijk nogal sterk was, en een toename van zonneactiviteit. In de tweede helft van de 20e eeuw kunnen natuurlijke oorzaken de waargenomen snelle stijging niet verklaren: de zonneactiviteit nam nauwelijks verder toe, terwijl er sinds 1960 drie grote vulkaanuitbarstingen zijn geweest. Als we deze factoren aftrekken van de waarnemingen blijft een signaal over dat consistent is met de verwachte menselijke invloed. Foster en Rahmstorf (2011) komen tot een vergelijkbare conclusie. In deze studie wordt eveneens gecorrigeerd voor de bekende natuurlijke fluctuaties. De trend in de wereldgemiddelde temperatuur sinds 1979 - het jaar waarin de satellietwaarnemingen begonnen - is in de orde van 0,17 °C per 10 jaar voor de reeksen die zijn gebaseerd op temperatuurmetingen aan het oppervlak (CRU, GISS en NCDC) en iets lager, rond de 0,15 °C per decennium, voor de meest gebruikte satellietreeksen van het Remote Sensing Systems (RSS) en de University of Alabama in Huntville (UAH).

Het gezaghebbende Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), opererend onder de vlag van het United Nations Environment Program (UNEP) en van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO), stelt dat het uiterst waarschijnlijk is dat het grootste deel van de opwarming sinds het midden van de twintigste eeuw door menselijk handelen is veroorzaakt. Onderzoek van het KNMI geeft aan dat de opmerkelijk warme periode aan het eind van de twintigste eeuw in Nederland deels samenhangt met de wereldwijde opwarming. Ongeveer de helft van de opwarming sinds de jaren '60 kan hiermee verklaard worden, de andere helft hangt samen met de grilligheid van het Nederlandse klimaat.

Figuur 9a: Temperatuurveranderingen in de twintigste eeuw volgens Van Ulden, A.P., and R. van Dorland, Natural variability of the global mean temperatures: contributions from solar irradiance changes, volcanic eruptions and El Nino, in Proc. 1st Solar and Space Weather Euroconference: The Solar Cycle and Terrestrial Climate, (ESA SP-463) 2000. Het bovenste paneel geeft een schatting van drie natuurlijke temperatuursignalen, ten gevolge van: 1 . variaties in zonnestraling (rood); 2. vulkaanuitbarstingen (blauw); 3 El Niņo (groen)(data). Het onderste paneel toont de rest die overblijft als je de som van de drie natuurlijke processen aftrekt van de waarnemingen. Er blijft dan een signaal over dat consistent is met de verwachte menselijke invloed (data).

Figuur 9b: Tijdreeksen van de mondiaal gemiddelde temperatuur (grondmetingen en satellietmetingen 1979-2010) gecorrigeerd voor drie natuurlijke invloeden: zonne-activiteit, vulkanisch stof in de hoge atmosfeer en de atmosfeer-oceaanschommeling El Niņo / La Niņa. (Bron: Foster and Rahmstorf, 2011).